Skip links

#27: Doe jij mee aan de grote miningloterij?

Statistisch gezien was het een bijzondere week; twee individuele miners vonden deze week een blok. Wat zijn dat, individuele miners? Hoe zit het met mining pools? Kan ik zelf gaan minen? Je leest het allemaal in deze editie van Bitcoin Focus!

Deze nieuwsbrief is nog steeds geen beleggingsadvies, bedenk ZELF of je bitcoin wil kopen!

In een bitcoinmijn worden je handen niet vies. Deze week:

  • Wat gebeurde er deze week & wat is minen?
  • Wanneer ‘win’ je bitcoin?
  • Solo minen tegenover pooled mining
  • Zelf minen in Nederland?

Wat gebeurde er?

Op woensdag vond een solo-miner een blok, en zoiets gebeurde gisteren opnieuw. Deze miners hadden een machine staan om (simpel gezegd) blokken te zoeken, en vonden er zowaar één!

De kans om zo’n blok te vinden was 1 op 1.4 miljoen. Ook interessant: de miner van gisteren was pas twee dagen aan het zoeken!

Een lot uit de loterij, zou je dat dus kunnen noemen. Met zeker een mooie uitbetaling: als je tegenwoordig een bitcoinblok vindt, dan krijg je 6,25 bitcoin, dat is toch mooi een dikke 230 duizend euro!

De kans dat dat één keer gebeurt is dus 1 op 1.14 miljoen. En dat het twee keer gebeurt is dan één op 1 960 000 000 000. Dat is achtien keer zo veel als het aantal mensen dat ooit heeft geleefd, of 6.5 keer het aantal sterren in ons sterrenstelsel.

Tuurlijk, het was niet twee keer dezelfde persoon die het vond, maar toch, dát het gebeurt is heel bijzonder.

Wat is minen?

Om solo-minen uit te kunnen leggen, eerst een basis-les minen:

In de basis is minen heel eenvoudig, het enige bijzondere zijn hash-functies. Deze functies worden in de cryptografie veel gebruikt. Ze zorgen dat je een bestand (of tekst) van elke grootte kan nemen (dit is de input), en er een unieke* code uit komt. Dit gaat maar één kant op: als je alleen de code weet, kan je niet terugrekenen wat de input (tekst) was.

* Wat betreft uniek: dat is de bedoeling. Bitcoin gebruikt de SHA256-hashfunctie, en er zijn 1.15×10^77 (115 duodecilliard) mogelijke opties. Dat zijn 251 miljoen keer het aantal atomen in ons sterrenstelsel. Kleine kans om daar een dubbeling in te vinden dus ;).

Alle soorten data kunnen worden gehasht. Het de tekst “Bitcoin Focus” geeft de code: “fb14fd4beb7163c3d43c465c60e86bf4fc0e0d8eda2bf62a4a30e54d5be1b248”. En de tekst uit de paragraaf leidt tot “23bd62b00eaf151e01ab64d698efe6f6a95f8b0ea749ba2ef7921f0e9c5c8159”.

Hoe groot je tekst ook is, de uitkomst (code) is altijd 64 tekens lang. En als bitcoiner heb je vaker deze 64-tekens lange teksten gezien: de blokken hebben ook allemaal zo’n 64-tekens-lange code!

Het lastige deel weet je nu. De laatste missende schakel: wat miners doen:

  1. Pak een megabyte aan onbevestigde transacties, want zo veel passen er in een blok, en zet er ook een nieuwe transactie bij waar je 6.25 bitcoin aan jezelf uitbetaalt.
  2. Verzamel wat basisinformatie, zoals een verwijzing naar het vorige blok.
  3. Neem een willekeurig getal.

Al deze informatie wordt samengevoegd in een bestand, en van dat bestand maakt de miner een hash. De miner kijkt of dit een goede hash is (zie volgende hoofdstuk). Die kans is heel klein, (zeer) waarschijnlijk moet de miner het getal veranderen, opnieuw proberen (opnieuw een hash maken), en kijken of de nieuwe hash nu wél klopt.

Schrijf je in voor de preview nieuwsbrief!

Genoeg nullen betekent: je wint de loterij!

Wat is een “geldige” hash? Welke hash wordt geaccepteerd door het netwerk, en levert je 6.25 bitcoin op als miner?

De regels van het bitcoinnetwerk vertellen wat geldig is. Zijn er genoeg nullen? Dan is het een geldige hash, en publiceer je het blok: je geeft alle informatie die nodig was tot deze hash te komen: alle input (dus alle transacties, de basisinformatie en het getal). Samen met de hash stuur je dat naar het netwerk.

En omdat in de lijst met transacties ook de transactie naar jezelf zit, krijg je 6.25 bitcoin.

Het was de oplettende lezer al opgevallen in het vorige hoofdstuk: in het honderdduizendste blok waren er nog maar 11 nullen nodig, inmiddels zijn dat er 19. Dat betekent dat het nu lastiger is om een blok te vinden, miners zullen vaker opnieuw moeten proberen.

Solo aan de slag

Okay, aan de slag dus. Zelf minen. Dat is ooit hoe minen bedacht was: mensen zouden thuis machines hebben om bitcoin te zoeken. Inmiddels zijn het grote hallen met apparatuur, die gebruik maken van goedkope stroom.

Maar het nieuws van deze week ging over solo-miners. Wat betekent dat: iemand heeft thuis een bitcoinminer staan. Een recente miner kost al snel meer dan €10 000. Je sluit hem aan op internet, negeert de enorme herrie die eruit komt, schrikt van je energierekening, maar puntje bij paaltje: je bent aan het minen!

Dat is solo minen. Je miner laten stampen totdat hij een geldige hash heeft gevonden. Kans 1 op 1.4 miljoen zag je in het eerste hoofdstuk. Oftewel: meestal heb je alleen maar kosten en verdien je niks, en ALS je winst heb je opeens heel veel. Dat is solo mining.

Het (meer gebruikte) alternatief: miningpools

Voor de meeste mensen (en bedrijven) is het niet zo handig als je alleen maar kosten hebt, en onzekere inkomsten. Het is lastig om daar een bedrijfsmodel op te bouwen.

Om die reden zijn miningpools bedacht. Waar solominers een betaal-transactie naar zichtzelf erin zetten, gaat bij pools de transactie naar de pool. Iedereen in de pool “zoekt” naar hetzelfde blok.

Als je meedoet aan een pool, en jij vindt het winnende blok, dan krijg jij dus niet ál het geld, want je deelt met de groep.

Met een groep zoeken naar het blok dus, en als iemand uit de pool dan een blok vindt, dan gaat de betaling naar de mensen die meededen aan de zoektocht.

Hoe verdeel je inkomsten van de pool?

De laatste vraag: hoe verdeel je de inkomsten eerlijk? Je wil dat mensen die meer werk verrichten, een groter deel van de verdiensten krijgen.

Je zou mensen zelf kunnen laten rapporteren hoeveel machines ze hebben draaien. Hier is best wat vertrouwen nodig, dat is niet ideaal. Gelukkig is er een beter systeem.

Bij minen in een pool geef je sowieso door als je het winnende blok hebt, met (dus) voldoende nullen, want dan krijg je een deel van de opbrengst. Maar dan weet de pool dus alleen die de winnaar was, niet wat de rest deed.

Daarom geef je bij een pool óók door als je bíjna het winnende blok vond. Als er 19 nullen nodig zijn om een blok te vinden, maar je vindt een blok met 18 nullen, dan is dat weliswaar niet geldig om bitcoin mee te verdienen, maar het zegt wel iets over het werk dat je hebt gedaan: ook een blok met 18 nullen vind je niet zomaar.

Daarom stellen pools in dat de mensen die mee-zoeken, ook de blokken met minder nullen doorgeven. Iedereen die een blok vindt met 10 of meer nullen, moet dat bijvoorbeeld doorgeven. Zo krijgt de pool een hoop datapunten, misschien krijgen ze wel een tienduizend van dit soort (potentiële) blokken door, van verschillende leden uit de pool.

Je kan nu de inkomsten verdelen over de “inzenders” van deze tienduizend blokken. Leverde je er 100? Dan krijg je 1% van de inkomsten! Best slim, toch?

Particulier (solo) minen: zit daar geld in?

Dat kan eigenlijk nooit meer uit in Nederland. De grootste kostenpost voor een miner is energie. Wereldwijd zoeken grote mining-partijen naar overschot-energie om te gebruiken, want dat is de goedkoopste energie die er is.

Als je in Nederland 26 cent per kWh betaalt is dat veel duur om winst mee te maken, de grote miners betalen minder dan 5 cent. Dan moet je dus echt op zoek naar goedkopere stroom, en als particulier vind je dat niet zomaar…

Wat wel mooi is, de mensen achter Square (met twitteroprichter Jack Dorsey) gaan werken aan een open miningsysteem, meer toegankelijk voor iedereen. Dat maakt het verkrijgen van apparatuur in ieder geval makkelijker. Mooi om te zien!

Wel een voordeel: de bitcoin die je vindt zijn niet gekoppeld aan adresgegevens, en dat is ook wat waard…